Hervormd Perspectief

~ dr. C.A. van der Sluijs ~

BLOG

Mijn notities over ons (kerkelijk) wel en wee

Peter R. de Vries of Charles H. Spurgeon

24 juli 2021

Peter R. de Vries werd op 6 juli 2021 neergeschoten in de Lange Leidsedwarsstraat in Amsterdam, na een uitzending van RTL Boulevard. Hij overleed op 15 juli in het ziekenhuis aan zijn verwondingen. De bekende misdaadverslaggever Peter R. de Vries is ruim een week na de aanslag van vorige week dinsdag overleden. Dat heeft zijn familie bekendgemaakt in een verklaring die RTL Nieuws heeft gepubliceerd. Hij is in het bijzijn van zijn familieleden gestorven. De Vries was 64 jaar. "Peter heeft geknokt tot het einde, maar heeft de strijd niet kunnen winnen", schrijven zijn nabestaanden in een verklaring. "We zijn onnoemelijk trots op hem en tegelijkertijd ontroostbaar."

In het centrum van Amsterdam stond een lange rij mensen voor theater Carré om afscheid te nemen van Peter R. de Vries. Vanwege de felle zon deelde de gemeente water uit aan het wachtende publiek. De wachttijd bedroeg volgens de politie op enig moment drie uur. Rond 15.00 uur was de wachttijd afgenomen tot iets minder dan een uur. De deuren van het theater gingen rond 10.45 uur open en sloten om 20.00 uur. Binnen stond de kist met het lichaam van de vermoorde misdaadverslaggever, omgeven door een zee bloemen van naasten.

"Het is hartverscheurend"

Een man was er rond 07.00 uur al, als een van de eersten. "Ik wilde met die warmte niet te lang in de rij staan", zegt hij. Hij noemt De Vries een held. "Ik vind het heel erg, het doet me heel erg zeer", zegt een mevrouw verderop in de rij. "Het is hartverscheurend, ik krijg er kippenvel van." Belangstellenden konden komende woensdag afscheid nemen van Peter R. de Vries. Van 11.00 uur 's ochtends tot 20.00 uur 's avonds is in theater Carré in Amsterdam de gelegenheid om langs de baar te lopen en een korte groet te brengen, meldt RTL Boulevard. Meer dan 7.000 mensen namen afscheid.

Een dag later is er in besloten kring het afscheid voor familie en dierbaren van de vermoorde misdaadverslaggever en vertrouwenspersoon van kroongetuige Nabil B. Volgens RTL wilde de familie heel graag dat "iedereen voor wie Peter iets heeft betekend" een laatste groet kon brengen. Daarom is het afscheid verdeeld over twee dagen. Er werd een grote drukte verwacht, schreef RTL Boulevard. Aanwezigen werden verzocht heel uitdrukkelijk rekening te houden met de coronamaatregelen. Als het te druk wordt, zal de gemeente Amsterdam dat communiceren via sociale media. De familie van De Vries deed een oproep om geen bloemen mee te nemen, maar in plaats daarvan een donatie te doen aan Stichting De Gouden Tip, die de journalist kort voor de moordaanslag had opgericht.

De gloed van een religieuze verering ligt over dit hele gebeuren. Een vorm van afgodendienst met betrekking tot een man die niet in God geloofde. Men sprak van een dienst voorafgaande aan de crematie. Dit woord ‘dienst’ is regelrecht afkomstig (gestolen) uit de kerkelijke wereld. Duizenden uit alle lagen van de bevolking rouwden over hem. Hoe ver is de secularisatie in ons land voortgeschreden! Vandaag zou dit rouwbeklag mogelijk in een bepaalde en beperkte christelijke kring nog kunnen plaatsvinden, maar zeker niet nationaal. Vergelijk dit eens met het verscheiden van Charles Haddon Spurgeon ruim anderhalve eeuw geleden.

Peter R. de Vries versloeg zijn duizenden, maar Spurgeon zijn tienduizenden

Op zondagavond 31 januari 1892, even voor middernacht, stierf Charles Haddon Spurgeon. Susannah zond een telegram naar haar zoon Thomas, predikant in Australië: “Vader in hemel, Moeder berust”.

Op de deur van het hotel The Beau Revage, waar Spurgeon zo vaak gelogeerd had, werd de volgende mededeling gehecht: “Mr. Spurgeon ontsliep in Jezus om 11.05 uur”.

Zijn oude tegenstander Dr. Joseph Parker van de City Temple in Londen schreef in The Times van 3 februari 1892: “De enige kanselnaam van de negentiende eeuw, die in herinnering zal blijven, is niet langer de naam van een levend mens”.

Direct na het verscheiden van Charles Haddon Spurgeon kreeg de Metropolitan Tabernacle van Spurgeon’s secretaris Joseph Harrald het volgende telegram: “Mentone 11.50 – Spurgeon’s Tab. London - Our beloved Pastor entered heaven (Onze geliefde Pastor ging de hemel binnen)11.05 Sunday night - Harrald”. De daarop volgende zondag was het gehele front van de Metropolitan Tabernacle gedrapeerd met een zwarte doek. Het nieuws flitste de hele wereld over. Ieder werelddeel ontving de boodschap dat Spurgeon was heengegaan. Spoedig daarna werd het postkantoor in Menton geheel geblokkeerd door honderden condoleantietelegrammen. Onder deze telegrammen was er een van de Prins en Prinses van Wales. Toen mevrouw Spurgeon in Engeland was teruggekeerd, informeerde de Prinses van Wales, die naar Menton was gegaan, naar haar welstand. Daarbij zei ze dat haar geliefde zoon, de Hertog van Clarence te Sandringham, terwijl ze aan zijn sterfbed zat, vaak over Spurgeon gesproken had.

Nadat er een herdenkingsdienst was gehouden in de Presbyteriaanse Kerk in Menton, werd het gebalsemde lichaam van Spurgeon in een olijfkleurige kist naar Engeland overgebracht. Aan hoofd- en voeteneinde van de kist waren metalen plaatjes aangebracht met de volgende inscriptie: “In ever-loving memory of Charles Haddon Spurgeon at Kelvedon, June 19, 1834; Fell asleep in Jesus at Mentone, January 31, 1892. ‘I have fought a good fight, I have finished my course, I have kept the faith’( In altijd liefdevolle herinnering aan Charles Haddon Spurgeon te Kelvedon, 19 juni 1834; Ontslapen in Jezus te Menton, 31 januari 1892. ‘Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb de loop beëindigd, ik heb het geloof behouden’)”.

Op zondagmorgen 7 februari werd er ondertussen een herdenkingsdienst gehouden in de Metropolitan Tabernacle. Daarin stelde dr. A. T. Pierson: “Van alle kanten is men het er over eens, dat de eeuw waarin wij leven niemand anders heeft gezien, die als evangelieprediker de gelijke was van Charles Haddon Spurgeon. Ik ben er diep van overtuigd dat we nooit meer iemand zullen zien zoals hij”.

De andere dag, op maandagmorgen 8 februari, arriveerde het lichaam van Spurgeon om 11.00 uur in Londen op het Victoria-station. Meer dan duizend mensen waren op het station aanwezig. Studenten van het Pastors’ College droegen de kist de trein uit naar het Pastors’ College. Daar stond de olijfkleurige kist met het lichaam van de Pastor opgebaard tot de avond. Toen droegen diezelfde studenten de kist de Metropolitan Tabernacle binnen. Daar werd Spurgeon opgebaard voor het platform. De kist was van beide kanten overdekt met palmtakken, die door Susannah Spurgeon uit Zuid-Frankrijk waren gezonden. Op de lijkkist lag de Bijbel opengeslagen bij Jesaja 14 : 22, de tekst waardoor de jonge Charles meer dan veertig jaar geleden tot bekering was gekomen.

Op dinsdag 9 februari stonden de deuren van de Tabernacle open van ’s morgens 7.00 uur tot ’s avonds 7.00 uur. Meer dan 60.000 mensen kregen zo de gelegenheid afscheid te nemen van de Prins der Predikers. Naar het getuigenis in die dagen: “de grootste geestelijke kracht van zijn generatie in Londen en misschien wel in de hele wereld”.

Er werden herdenkingsdiensten gehouden op woensdag 10 februari, zowel ’s middags als ’s avonds. Daarin voerden sprekers uit allerlei kerkelijke denominaties het woord. Onder hen waren Canon (kanunnik of domheer) Fleming van de Kerk van Engeland; Dr. Monro Gibson, moderator (preses) van de Engelse Presbyteriaanse Synode; Dr. Herbert Evans, chairman (voorzitter) van de Unie van Congregationalisten; Dr. T. B. Stephenson, president (preses) van de Weslyaanse Conferentie en Dr. A. T. Pierson uit Amerika.

Op woensdagavond begon de dienst om 7.00 uur, die speciaal bedoeld was voor christelijke werkers van alle denominaties. Diezelfde avond om 10.00 uur begon de dienst die georganiseerd was voor het grote publiek. Het gebouw was toen geheel gevuld. Meer dan 20.000 mensen hadden de diensten bijgewoond.

Alle lagen van de bevolking van Groot-Brittannië legden door hun gemeenschappelijk rouwbeklag getuigenis af van het nationale karakter van het verlies dat zij unaniem betreurden. Van de koninklijke familie tot het arbeidersgezin. Engeland rouwde om een van haar grootste zonen!

Op donderdag 11 februari vond de begrafenis plaats. Deze werd ’s morgens om 11.00 uur voorafgegaan door een rouwdienst in de Metropolitan Tabernacle. Dr. A. T. Pierson zei toen: “Het posthume werk van Charles Haddon Spurgeon kan vandaag door niemand op zijn juiste waarde worden geschat”.

Volgens de pers zouden meer dan honderdduizend mensen de begrafenisplechtigheid hebben bijgewoond. En in praktisch geheel Londen zou het werk zijn neergelegd uit respect voor de dode.

De begrafenisplechtigheid op Norwood Cemetary vindt plaats onder overweldigende belangstelling. De begrafenisstoet, vooraf gegaan door de bereden politie, bestaat uit 41 rijtuigen getrokken door paarden, is twee mijlen lang en meer dan 100.000 mensen staan langs de route over een lengte van vijf mijlen van de Tabernacle naar de begraafplaats in Upper Norwood.

Net als bij een militaire begrafenisplechtigheid volgt het lege rijtuig van Spurgeon de lijkwagen met zijn lichaam. Maar in plaats van een zwaard ligt er een Bijbel op de lijkkist. Deze Bijbel ligt opengeslagen bij Jesaja 45 : 22 “Wendt u naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde! Want Ik ben God, en niemand meer”. De tekst waarmee Charles Spurgeon zelf als zestienjarige jongeman was geroepen om op Jezus te zien en met welke boodschap hij een ontelbare schare had geroepen tot het behoud in zijn Heiland. Aan beide zijden van de open lijkwagen staat te lezen: “Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb de loop beëindigd, ik heb het geloof behouden”. Achthonderd man van de geüniformeerde politie staat opgesteld langs de gehele route van de Tabernacle naar Norwood Cemetery.

Langs de gehele route hangen de vlaggen halfstok, gebouwen zijn gedrapeerd met zwart laken, winkels zijn gesloten en zelfs kroegen en herbergen sluiten hun deuren en plaatsen zwarte luiken voor hun ramen. Alle klokken van kerken langs de route luiden. Langs de weg waarlangs de stoet zich beweegt, staan honderdduizenden toeschouwers. Als de stoet voorbijkomt, ontbloten zij het hoofd. Vrouwen huilen en snikken. Sommigen vergelijken de massa’s langs straten en wegen met de opening van het parlementaire jaar door Hare Majesteit koningin Victoria. Honderden politieagenten zijn nodig om de zich verdringende menigte in goede banen te leiden. Als de stoet het met zwart laken gedrapeerde Stockwell Orphanage - Spurgeon’s weeshuis – passeert, zingen de in het zwart geklede weeskinderen een afscheidslied voor hun overleden weldoener en vriend. Maar tranen en snikken belemmeren het zingen. Langzaam draait de lijkwagen met het lichaam van Charles Haddon Spurgeon onder de poort van Norwood Cemetery door naar zijn laatste rustplaats.

De naaste familieleden verzamelen zich rondom het graf. Ruim duizend rouwende gemeenteleden en vrienden groeperen zich daaromheen binnen een afgezet gedeelte van de begraafplaats. Daarachter staan nog eens duizend belangstellenden.

De Canon van St. Paul’s Cathedral in Londen sprak bij het graf: “Ons land heeft zijn grootste levende prediker verloren”.

De predikant A. G. Brown spreekt als leerling en vriend van de overledene een grafrede uit. Emotioneel en met veel stiltes zei hij: “Geliefde President, trouwe Pastor, Prins der Predikers, geliefde broeder, lieve Spurgeon – we zeggen geen ‘vaarwel’ tegen u, maar alleen voor een poosje ‘welterusten’. U zult spoedig opstaan bij het aanbreken van de opstandingsdag van de verlosten. Toch is het niet aan ons om ‘welterusten’ te zeggen, maar aan u. Wij zijn het die vertoeven in de duisternis; u bent in het licht van God zelf. Ook onze nacht zal spoedig voorbij zijn met al ons geween. Dan zullen onze zangen, samen met die van u, de morgen begroeten van een dag die geen wolk of einde kent, want aldaar zal geen nacht zijn. Harde werker in het veld, uw zwoegen is geëindigd. Recht is de voor die u geploegd hebt. Geen terug kijken heeft uw loop gehinderd. Oogsten zijn gevolgd op uw geduldig zaaien en de hemel is reeds verrijkt met uw ingezamelde schoven, en zal verrijkt blijven worden door de jaren heen die nog in de eeuwigheid verborgen liggen. Kampioen van God, uw strijd, die u lang en nobel hebt gestreden, is voorbij. Het zwaard, dat aan uw hand kleefde, is tenslotte gevallen; de palmtak neemt zijn plaats over. Niet langer drukt de helm op uw voorhoofd, vaak vermoeid door rondtollende gedachten over de strijd; de krans van de overwinnaar uit handen van de Opperbevelhebber heeft reeds bewezen dat u uw volle loon gekregen hebt. Hier zal uw kostbaar stof voor een klein poosje rusten. Dan zal uw welbeminde komen en bij het horen van zijn stem zult u opspringen van uw aarden legerstede, gelijkvormig gemaakt aan zijn verheerlijkt lichaam. De geest, de ziel en het lichaam zullen de verlossing door uw Heere grootmaken. Slaap tot dan, geliefde! Wij prijzen God voor u; en door het bloed van het eeuwig verbond hopen en verwachten wij God eenmaal met u te prijzen. Amen!”

Terwijl mr. Brown sprak, verscheen er een stukje blauwe lucht in het zware wolkendek en een duif vloog vanuit de richting van de Tabernacle naar het graf en bleef daar een tijdje rond zweven. Een laatste groet!

‘Gelijk een duif, door ’t zilverwit,

En ’t goud, dat op haar veedr’ren zit,

Bij ’t licht der zonnestralen

Ver boven and’re voog’len pronkt,

Zult gij, door ’t Goddelijk oog belonkt.

Weer met uw schoonheid pralen’.

De Anglicaanse bisschop van Rochester besloot de plechtigheid met het uitspreken van de zegen.

 


DE WATERSNOOD OP 1 FEBRUARI 1953

gepubliceerd in de Gezinsgids, 8 juli 2021

themanummer 'Zee en aarde'

 

Lieve kinderen en kleinkinderen,

Vandaag wil ik je wat vertellen over de watersnood op 1 februari in 1953. Ik was toen 10 jaar, dus bijna net zo oud als jullie nu zijn en ik had nog drie broertjes van 8 jaar (oom Ton), van 6 jaar (oom Rien) en een klein broertje van 2 jaar (oom Dik). Mijn vader en moeder waren de oude opa en de oude oma die jij nog wel gekend hebt. Maar toen waren ze nog lang niet zo oud. Misschien ietsje ouder dan je vader en moeder nu zijn. Wij woonden in Oude Tonge op het eiland Flakkee, dat midden in het water ligt. De dijken om het hele eiland heen hielden het water tegen. Maar als het erg stormde, dan werd het wel heel gevaarlijk. Dan kon het water van de zee over de dijken heen komen of het kon ook gebeuren dat de dijken het water niet meer tegen konden houden en door de dijken heen brak. Nu was dit toen al heel lang geleden en daarom rekende eigenlijk niemand meer met dit gevaar. De dijken waren toch sterk genoeg en zij zouden het water van de zee wel tegenhouden. En toen het dan ook op zaterdagavond 31 januari 1953 heel hard waaide, net zo hard als bij jullie gisteravond, toen gingen we lekker slapen, want er kon toch niks gebeuren. Het stormde die nacht vreselijk hard! Maar dan slaap je toch alleen maar heel lekker, als je gezellig onder de dekens kunt weg kruipen?! Totdat ’s morgens vroeg om 5.00 uur, toen het nog heel donker was, de torenklok ging luiden. De brandweer kwam met loeiende sirene door de straten rijden en er werd op onze ramen gebonsd. Kom er uit – riepen de mensen – het water komt!!! Wij allemaal uit bed, dat begrijp je wel, en toen we de voordeur open deden, zagen we het schuimende zeewater al over de straat komen. Mijn vader (oude opa, weet je wel), ging eerst naar zijn broer, die vlak naast ons woonde, om de koeien en paarden uit de boerderij in de stal los te maken van de touwen en naar de dijk te brengen, want daar zouden ze gered zijn. Ondertussen hielp ik mijn moeder om zo veel mogelijk spullen op zolder te brengen. Het laatste wat ik boven bracht, was de Bijbel. Toen mijn vader terugkwam en de deur open deed, kwam er gelijk een hele grote golf water naar binnen. Wij zo gauw mogelijk allemaal naar de zolder, want daar zaten we droog. Maar we wisten toen niet hoe hoog het water zou komen. En we hadden geen dakraam of dakkapel, zoals bij jullie. Als het water op zolder zou komen dan zouden we moeten verdrinken. Ondertussen raasde de storm met orkaankracht, het werd zelfs windkracht 11 en heel even 12. Nu weet je dat er eb en vloed is, en bij vloed staat het water het hoogst tegen de zeedijk. Maar soms is er een springvloed en dan staat het water extra hoog. Dat was precies het geval in die nacht van zaterdag op zondag 1 februari 1953. Er was toen net springvloed. Bovendien stond er een noordwester storm, die de springvloed extra hoog opstuwde tegen de dijken. En die dijken zijn toen ook op het eiland Flakkee, maar ook in heel Zeeland, doorgebroken. Ook de Maas in Rotterdam stroomde over.

En wij zaten op zolder in het donker bij kleine brandende kaarsjes. Ondertussen hoorde ik buiten mensen hard schreeuwen door het geweld van de storm heen. En ik vroeg aan mijn vader wat dit betekende. En mijn vader zei: die mensen zijn bang. Maar wij wisten toen nog niet dat er op dat moment 300 mensen verdronken in straten heel dicht bij ons. Ondertussen kwam er rook uit het trapgat naar boven en we stikten bijna in de rook. Wij hadden toen nog een kachel die op kolen werd gestookt, en die brandde nog toen wij naar boven gingen. En wij dachten dat de rook ontstond omdat de brandende kachel door het water uitging. Nou moet je je eens voorstellen: de orkaan raasde, het huis stond te schudden, er kwam zware rook naar boven en het water kwam steeds hoger. Tenslotte waren alleen de drie bovenste treden van de trap nog droog. En mijn vader ging toen met ons bidden. Er stond een ledikant op zolder, en daarvoor knielden mijn vader en moeder en de oudste kinderen. En mijn vader bad hardop tot God om hulp, want we dachten echt dat we zouden gaan verdrinken. Na tien minuten zei ik tegen mijn vader: wilt u nog eens bidden! En mijn vader zei toen: nee, dat hoeft niet, want ik heb gebeden! Kijk, dat is nu echt geloof en echt vertrouwen op God.

Maar ik was wel heel bang, en ik ging naar mijn eigen slaapkamertje en ging alleen bidden en ik zei tegen God: als ik niet behoef te verdrinken, dan zal ik U heel mijn leven dienen. Die belofte heb ik niet onthouden want ik wilde piloot worden of zo, maar de Heere is dit niet vergeten en Hij heeft er voor gezorgd dat ik die belofte mocht houden. Maar ik zal nu eerst het verhaal verder vertellen. Het werd ’s zondagsmorgens licht en we konden door het raam aan de voor en aan de achterkant zien dat er overal water stond, hoog tegen de huizen aan. Er dreef overal wrakhout, en waar er vroeger huizen stonden daar was nu alleen maar water. Die straten waren verdwenen en alle huizen met de mensen soms boven op de daken waren in de golven verdwenen. Er kwamen helikopters boven ons dorp vliegen, die mensen gingen oppikken van de daken van de huizen die nog overeind stonden. Die helikopters hadden we nog nooit gezien. Als kinderen vonden we dat natuurlijk wel heel interessant, dat begrijp je wel.

En er kwam een roeiboot door de straat varen met mensen er in. Mijn vader vroeg door het opengeschoven raam of er nog ongelukken gebeurd waren. Nou, riepen ze vanuit de roeiboot, er zijn honderden mensen verdronken. We wisten niet wat we hoorden! Ondertussen ging mijn vader, toen het water een beetje gezakt was, op een plank door de gang varen en in de woonkamer kijken. En toen zag hij dat er een kast tegen de brandende gaslamp was gevallen die vervolgens in brand was gevlogen en die het hele plafond zwart geblakerd had. Omdat het water boven het bovenste raam kwam, werd de zuurstof afgesloten en daarom is de brand vanzelf geblust. Anders waren we levend verbrand op zolder, want we konden nergens heen.

De tweede nacht, van zondag op maandag, bleven we ook op zolder wachten tot iemand ons zou komen redden. Ik was toen wel bang ’s avonds op bed, want je voelde het huis bewegen en het water tegen de muren klotsen en het waaide nog steeds hard. Het huis had zo maar kunnen instorten om met ons in de golven te verdwijnen. En toen heb ik steeds in mijn gedachten zachtjes gezongen: “Als g’ in nood gezeten en geen uitkomst ziet, wil dan nooit vergeten: God verlaat u niet. Vrees toch geen nood, ’s Heeren macht is groot, groter dan de Helper is de nood toch niet”. En als ik dit steeds zachtjes voor mezelf herhaalde, was ik niet bang meer. En zo zong ik mezelf zachtjes in slaap. De andere morgen (op maandag dus) kwam er ’s middags een roeiboot onder het raam varen. Daarin zat mijn oom, die schipper was. Mijn oom was met zijn schip van Dordrecht naar ons toe gevaren om zijn familie te redden. Nou moet je je voorstellen, het raam werd opgeschoven, de roeiboot kwam vlak onder het raam liggen en de een na de ander werd door het raam naar beneden gelaten in de grote handen van de schipper die je opving en in de roeiboot neerzette. Even schommelde de roeiboot zo hevig, dat er bijna iemand naast de boot in het water terecht kwam. Maar gelukkig ging het toch allemaal goed, en mijn oom roeide met mijn vader en moeder en de vier kinderen door de straten naar de dijk. Dat kon zo maar, want het water stond toen drie meter hoog. Ik stel voor dat we een keer samen naar Oude Tonge gaan en dat we door de straten gaan lopen waar we toen door heen gevaren zijn. Dan lopen we eigenlijk drie meter onder water. Oma was een dag tevoren met een roeiboot opgehaald in een deel van het dorp dat dieper lag dan onze straat. En daar was het water wél op zolder gekomen. Wat zullen ze ook bang zijn geweest. Maar gelukkig heeft God ook hen gered. Je begrijpt wel dat ik oma toen nog niet kende. Zij was toen een meisje van 12 jaar. Mijn oom is toen met ons naar Poederoijen gevaren waar we opgevangen werden bij vrienden van mijn ouders, en daar zijn we toen drie maanden geweest. Wij waren toen geévacueerd, zo heette dat toen. En in ditzelfde dorp Poederoijen ben ik later predikant geworden. Omdat de Heere de belofte die ik Hem gedaan had, toen ik in die rampnacht heel bang was, niet vergeten was. Toen ik voor het eerst ging preken als kandidaat, heb ik aan de Heere gevraagd wat ik moest preken. En toen ik mijn Bijbeltje liet openvallen, las ik deze tekst uit Psalm 66 : 13, 14 “Ik zal met brandofferen in Uw huis gaan; ik zal U mijn geloften betalen, Die mijn lippen hebben geuit en mijn mond heeft uitgesproken toen ik bang was”. Zie je wel dat God dit niet vergeten was? En Hij zorgde er voor dat ik deze tekst moest kiezen voor mijn eerste preek. Onthoud het maar goed: alles wat je van de Heere God vraagt, hoort Hij, al merk je dit soms pas jaren later. Toen ik dan ook in mijn eerste gemeente Poederoijen intree deed, gingen we wonen in het dorp waar ik als jongen van 11 jaar drie maanden op school was geweest en waar ik vriendjes had en allerlei kattenkwaad uithaalde en avonturen beleefde. Ik heb toen tijdens de intreedienst in de kerk laten zingen Psalm 66 : 5 “Hier scheen ons ’t water ’t overstromen, Daar werden wij bedreigd door ’t vuur”. En ook het zesde vers “Ik zal nu ik mag ademhalen, Na zo veel bange tegenspoed, Al mijn geloften U betalen, U die in nood mij hebt behoed”. Zie je dat God altijd je gebeden hoort en je leven leidt, al merk je dat pas veel later?

Maar nu ga ik weer verder met mijn verhaal. Na drie maanden kwamen wij terug in ons dorp en toen moesten we eerst modder ruimen en de vieze troep opruimen. Mijn vader ging helpen met het repareren van de dijken, wat bijna een jaar geduurd heeft. Op het land kon hij toch niet werken want er kon niets verbouwd worden. De landerijen waren wit uitgeslagen van het zout, want je weet dat zeewater zout is. In ons dorp lagen hele straten volledig in puin. Dat moest allemaal opgeruimd worden en als jongen van elf jaar vond ik dat eigenlijk best wel interessant allemaal. Er kwamen zelfs mensen uit Amerika om ons te helpen. Maar heel veel mensen hadden verdriet. Er waren zoveel verdronken mensen. Soms hele gezinnen met twaalf kinderen waarvan er één kind overbleef. Verschrikkelijk, vind je niet?! Die werden allemaal begraven in een massagraf. Later kwam daar een monument van een vrouw met een kind in de arm die wegvlucht voor het water. Koningin Juliana kwam toen ons dorp bezoeken en het hele dorp liep uit. Je begrijpt dat opa en oma dit nooit meer vergeten. Daarom denken wij er op 1 februari altijd weer aan. En als jouw papa jarig is, dan moet jij aan dit verhaal ook maar denken. God heeft ons toen bewaard en ons op onze gebeden gehoord. En zo wil Hij net eender voor jullie zorgen.

Alle liefs, van opa en oma

 

themanummer Gezinsgids, klik op cover om te vergroten


Winnen, daar gaat het om. Wie wint, overwint...

19 juni 2021

Winnen, daar gaat het om. Wie wint, overwint blijkbaar. Of eigenlijk gaat het er om dat wij zelf winnen. Via de godenzonen. Of de godenzoon bij uitstek. Je weet wel. Zelf zijn we misschien loosers. En toch win je dan. En niet zomaar, nee je wordt overwinnaar. Om niet te zeggen kampioen!

Een ultieme vorm van de 'struggle for life'

Dat is allemaal niet niks. Dat is alles! Dat zie je om je heen. En het luchtruim wordt vervuld of vervuild met gejuich bij iedere overwinning. Alles verschiet gewoon van kleur. Oranje, blanje bleu. Of een variant daarvan. Strijdbaar, dat wel. Zeer strijdbaar. Want het gaat om overleven eigenlijk. Van de godenzonen, en zo van ons natuurlijk. Buitengewoon spannend. Je zou bijna spreken van een ultieme vorm van de 'struggle for life' als je gelooft in de evolutieleer. En dat doen we natuurlijk, al snappen we het niet allemaal of helemaal niet. En als we straks winnen, dan zijn we er. Of nergens. Nou ja, je snapt het wel. Dan is het klaar en uit. Snap je?

Maar snappen we dan niet dat dit een kwaadaardige variant is op de scheppingsleer in de Bijbel? Of van de navenante herschepping? Overwinnen of overleven door de Zoon van God! Je hoort het straks aan alle kanten om je heen… ‘Handklapt en betuigt onze God uw vreugd, wees tezaam verheugd’. Het Lam dat op de troon zat overwon. En wij met Hem. Voor altijd en eeuwig. Kijk dat is het. Helemaal. En dat hoor je dan keer op keer en steeds weer: 'Hoort wat mij God deed ondervinden, wat Hij gedaan heeft aan mijn geest'.

Over overwinning gesproken, nu en eeuwig. En daarom een toekomst vol hoop.

 

Een nieuw heiligdom is aan ons geopenbaard: het terras

Deze blog werd ook gepubliceerd op CIP

 

7 juni 2021

Wat zijn we toch onverbeterlijk religieus. Nou ja, wat daarvoor doorgaat. Maar ondertussen. Het openbaart zich in onze samenleving. En openbaring is religie.

Lange tijd hadden we in Nederland twee heiligdommen, de kerk en de synagoge. Daar kwam zo'n vijftig jaar geleden de moskee bij. Toen hadden we er drie, de kerk, de synagoge en de moskee. Maar sinds kort hebben we vier heilligdommen. Het terras kwam er bij. Uit de nood geboren. Geopenbaard onder ons. Hoe lief heb ik het terras! Hoe liefelijk, hoe vol zingenot zijn mij de terrassen! Mijn ziel en lichaam hijgen naar het terras ...! Dat is het. En dat is het helemaal ... ! Het einde, zo gezegd. Ja, en dan? Ja, dan houdt het daarna weer op. Euforie dus. Van Dale noemt dat ‘even een goed gevoel hebben’. Maar dat gaat weer over. Dat gaat voorbij. Binnen de kortste keren soms. En dan? Ja, dan moet je weer opnieuw naar het terras. Als het niet regent, tenminste. Zo ontwikkelt zich een verslaving. Maar nu wordt het gevaarlijk. Wat beheerst je? Wie beheerst je? Een afgod. Een van de vele.

Terras komt van het Latijnse woord ‘terra’. Toen Columbus Amerika ontdekte, noemde hij dat ‘terra nova’, of vertaald: ‘nieuwe aarde’. Nu gaat er ons een licht op. Althans, dat zou kunnen. Als een openbaring, als de openbaring in de Bijbel. Is dat het? Ja, de Bijbelse openbaring laat zich maar moeilijk onderdrukken. Ligt aan de oppervlakte van ons leven. Breekt door ons oppervlakkige leven heen. Een soort ingeschapen natuurlijke Godskennis. Het bijna niet te onderdrukken verlangen naar de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Voed dat verlangen – of dit oud vertrouwen weder – en het is meer dan euforie. Het blijft en beklijft tot in eeuwigheid.

Hoe liefelijk, hoe vol heilgenot, o Heer’ der legerscharen God, zijn mij Uw Huis en tempelzangen. Daarvoor moet je blijkbaar toch in de kerk wezen. Toch maar weer eens gaan kijken. Vandaag naar het terras en zondag naar de kerk. Ja, het klopt. Mijn hart klopt weer. Ik leef weer. Ik leef er van op.

Dan gaat het kruis door de samenleving. Het kruis van Jezus Christus. En zo komt er een uitroepteken in onze samenleving. Naar God. Hoe is het mogelijk? Blijkbaar Gods mogelijkheid!

Op het terras denk ik aan de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. En ik krijg er geen genoeg van. Zowel van het ene als van het andere. Wat een openbaring! We laten ons niet meer verslaven, maar gaan ons laven. Aan God!

 

~